• Sanne Hermans

In gesprek met een eigentijdse heraut: Olivier Mertens

Bijgewerkt: 8 jun 2019

Zoals ik op mijn startpagina vermeld, wil ik deze blog niet alleen inzetten om historische figuren te bespreken en tentoonstellingen te recenseren, maar ook om een platform te bieden voor ieder die zich - op welke manier dan ook - bezighoudt met de Gouden Eeuw. In dit geval is dat heraldisch specialist Olivier Mertens (41). Deze van origine jurist heeft in 2016 besloten om de rechtspraktijk te verlaten en een geheel andere weg in te slaan. In het Haagse Zeeheldenkwartier heeft hij nu zijn eigen consultancy bedrijf en voert historisch onderzoek uit voor handelaren, musea, veilinghuizen en particulieren. Olivier is als het ware een soort privédetective, maar dan op het gebied van genealogie en wapenkunde. Hoe dat precies zit, lees je in dit artikel.

Een korte geschiedenis


In de loop van de twaalfde eeuw ontstond in Europa de gewoonte om de wapenuitrusting van ridders te versieren met kleuren en symbolische voorstellingen. Op deze manier kon vriend en vijand elkaar identificeren. Wel zo handig in tijden van oorlog! Deze voorstellingen kregen vervolgens een permanent en erfelijk karakter, en werden familiewapens. De wapens werden niet alleen op schilden afgebeeld, maar kwamen ook terug in bijvoorbeeld vaandels, meubels, sieraden, zilver- en glaswerk. De heraldiek – of wapenkunde – houdt zich bezig met het ontstaan, het gebruik en de toepassing van familiewapens. Deze benaming is te danken aan de eerste mannen die deze wetenschap in de praktijk beoefenden: de herauten (afkomstig van het oud-Franse hiraut). Zij hadden de vooraanstaande taak om wapens van geslachten te herkennen en te verklaren.



Heraldicus Mertens


Olivier Mertens kwam al op jonge leeftijd in aanraking met de heraldiek. Zo bezaten zijn grootouders drie grote wapenboeken waar hij graag doorheen bladerde. Hij raakte gefascineerd door de kleurrijke en sierlijke emblemen en begon ze na te tekenen. Ondanks zijn belangstelling voor het verleden, besloot hij toch – vanuit meer traditionele overwegingen – rechten te studeren in Leiden. Dat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, blijkt als Olivier na zijn studie aan de slag gaat bij veilinghuis Sotheby’s in Amsterdam. Hij vertelt me dat hij zich zo nu en dan graag bemoeide met veilingobjecten die een familiewapen droegen. Hij had er ondertussen heel wat gezien en wist vaak al uit het hoofd bij welk geslacht een embleem hoorde, en anders had hij wel de vaardigheden om het uit te vogelen. Zijn uitstekende beheersing van het Frans is een voorbeeld van zo’n vaardigheid. De heraldische naslagwerken zijn namelijk voor het grootste deel in deze taal geschreven.


Oliviers interesse in familiewapens en -geschiedenissen bleef niet onopgemerkt. Kunsthandelaar en ex-collega Jan Six moedigde hem aan om iets met deze specifieke kennis te doen. Olivier had er zelf ook over nagedacht en in november 2016 was het eindelijk zo ver: de start van ArtmorialHeraldry Consultancy for the Fine Arts.


De werkzaamheden


Voor wie is het gemaakt?

Wat doe je nu precies als heraldisch consultant? Kort gezegd, Olivier wordt benaderd op het moment dat de identificatie van een familiewapen leidt tot de oplossing van een vraagstuk. Hij noemt een voorbeeld. Voor een opdracht onderzocht hij een portret van een jongeman uit 1654 dat werd verkocht bij een Italiaans veilinghuis (zie onderstaande afbeelding). De kwestie: wie is de puber op het schilderij? De belangrijkste aanwijzing: een familiewapen, geschilderd in de linkerbovenhoek. Olivier ontdekte al snel dat het wapen hoort bij het geslacht De Fourneau, een familie uit de Zuidelijke Nederlanden. Het schild uit het wapen wordt namelijk gedekt door een zogenaamde ‘bonnet de baron Brabançon’, een type kroon dat uitsluitend in de Zuidelijke Nederlanden werd gebruikt. Hij vult aan: “Deze kroon kwam pas tijdens het Oostenrijkse bewind (1715-1795) in zwang, hetgeen impliceert dat het wapen pas later – na 1714 – is aangebracht.” Het wapen bevat nog meer symboliek. Zo vertoont het rode ‘schildhoofd’ (het bovenste vlak van het schild) een zilver kruis, een verwijzing naar het wapen van de Orde van Malta. Dit correspondeert met het sieraad om de borst van de jongen: “[Deze] draagt een zwart lint met het bekende achtpuntige Maltezer kruis, dat ook weer te zien is achter het schild en aan de ordeketen rond het schild.” Het is Olivier meer dan duidelijk dat het hier gaat om een Ridder van de Orde van Malta.


Als Olivier de achttiende-eeuwse genealogie van de familie De Fourneau erbij pakt, wordt helder wie de tiener op het schilderij is: baron Evrard de Fourneau. Deze jongen, telg van baron Philippe-François de Fourneau en Isabelle de Berchem, werd op 11 juli 1655 op twaalf-/dertienjarige leeftijd benoemd tot Ridder van de Orde van Malta. Later werd hij commandeur van de Orde in Villedieu lès Saultchevreuil (Frankrijk) en in 1690 van Kaaster (Castres, Vlaanderen). Zo, die is binnen!



Wanneer onze heraldisch expert een onderzoek afrondt, maakt hij een rapport op van zijn bevindingen voor de klant. Toch stelt hij zijn conclusies nooit op als feiten. Er bestaat natuurlijk altijd een kans dat informatie door de tijd heen verloren is gegaan of dat bepaalde gegevens verkeerd zijn opgeschreven of geïnterpreteerd. Ook in het geval van het bovengenoemde schilderij houdt hij een slag om de arm. Het is namelijk de vraag of het wapen - dat dus in de achttiende eeuw moet zijn aangebracht - ook correct is weergegeven op het portret: “[…] het gebeurde weleens dat men per abuis (of doelbewust) onjuiste wapens en namen op portretten aanbracht van al dan niet beweerdelijke voorouders.” Verder zet hij vraagtekens bij 1654 (het is niet goed te zien, maar dit jaartal staat met zwart geschilderd onder het wapen) als datering van het schilderij, want in de literatuur staat dat De Fourneau in 1655 Maltezer ridder werd. Volgens Olivier is deze benoeming hoogstwaarschijnlijk de aanleiding geweest om de jongen op deze manier (met kruis en al) te portretteren. Hij vermoedt daarom dat het nageslacht zich een jaartje heeft vergist. Hij besluit: “Hoe dan ook: medio zeventiende eeuw was er géén andere De Fourneau (en al helemaal niet zo'n prille puber) Ridder van Malta, een andere kandidaat is er simpelweg niet.”


Door wie is het gemaakt?

Een tweede manier waarop Olivier zijn klanten van dienst kan zijn, is wanneer er twijfels bestaan rondom de vervaardiger van een schilderij of object. Zo heeft hij een keer geholpen bij de identificatie van een portretschilder. Het schilderij in kwestie kwam uit 1613 (zie onderstaande afbeelding). De geportretteerde, een man, was volgens het opschrift 29 jaar oud. Aan de hand van stilistische kenmerken werd vermoed dat het schilderij uit de kwast kwam van Michiel van Mierevelt (1566-1641), een vooraanstaande schilder werkzaam te Delft. Klopt deze gedachte? Olivier zocht het als volgt uit: op het schilderij is de zegelring van de geportretteerde man te zien. Deze is met genoeg aandacht geschilderd om het familiewapen te kunnen onderscheiden, althans voor onze heraldicus. Hij zegt dat het wapen bestaat uit onder meer drie groene meerbladen (of leliebladen) met als helmteken een meerblad tussen twee zogenaamde ‘olifantstrompen’ (snuiten). Het behoort toe aan het Delftse regentengeslacht Van der Meer. “Aan de hand van wapen, datering en leeftijd leidde het spoor al snel naar mr. Abraham van der Meer (1584-1638), die in 1613 inderdaad 29 jaar oud was.”


Abraham van de Meer studeerde tussen 1602 en 1605 rechten te Leiden en werd later onder andere advocaat bij het Hof van Holland. Olivier vertelt dat Abrahams vader, Pieter van der Meer (1534-1614), in 1610 door Van Mierevelt was geportretteerd en dat ook zijn zuster Maria van der Meer (1572-1657) vijf jaar later door dezelfde meester werd vereeuwigd. Verder is bekend dat Abraham in 1625 zich met zijn eerste echtgenote, Anna Duyck, door Van Mierevelt liet vastleggen. De schilder kwam dus niet alleen uit dezelfde stad, maar was tevens een goede relatie van de familie. “Kortom: het op kunsthistorische gronden gebaseerde vermoeden dat het schilderij van de hand van Michiel van Mierevelt was, werd dubbel en dwars bekrachtigd door deze identificatie – dankzij een zegelring.”



Van wie is het geweest?

Olivier vertelt dat niet alleen de oorspronkelijke bezitter zijn familiewapen op een voorwerp achterliet, maar dat in het geval van schilderijen ook verzamelaars hun embleem achterop aangeschafte werken stempelden. Zo’n verzamelaarszegel is van belang om de herkomst van een kunstwerk te achterhalen en zo de levensloop ervan vast te leggen. Olivier is een keer ingeschakeld door het Mauritshuis te Den Haag om een verzamelaarszegel achterop een schilderij van Willem Buytewech (1591-1624), afkomstig uit de collectie van het museum, te onderzoeken. Het was namelijk onbekend aan wie dit wapen, en daarmee dus ook het schilderij op een gegeven moment, toebehoorde (zie afbeelding rechtsonder). Volgens Olivier valt het zegel qua stijl te dateren rond halverwege de negentiende eeuw. Hij legt uit dat de vorm – een schild – typisch Engels was, maar het wapen zelf zeker niet. De analyse gaat verder: “Het schild is gedekt door een kroon van een burggraaf, onder het schild hangen twee aan ridderorden verbonden kruizen die geïdentificeerd kunnen worden als de Keizerlijke Orde van de Roos van Brazilië en de Orde van de Onbevlekte Ontvangenis van Onze Lieve Vrouw van Vila Viçosa van het Koninkrijk Portugal.” Dat is een hele mond vol...


De combinatie van wapen, rangkroon, ridderorden en datering leiden Olivier naar Luís Augusto Ferreira de Almeida (1817-1900), een Portugese aristocraat die in 1855 werd verheven tot Visconde (burggraaf) de Carvalhido en in 1874 tot Conde (graaf) de Carvalhido (zie afbeelding linksonder). Zoals hierboven beschreven, bevat het wapen een kroon van een burggraaf. Dit houdt in dat deze Luís Augusto het schilderij in zijn bezit kreeg tussen 1855 en 1874, anders had het wapen wel een gravenkroon bevat. Volgens Olivier was deze Visconde ‘een verwoed kunstverzamelaar’, woonachtig in Parijs. Verder was hij lid van de Academia de Belas Artes te Lissabon en schonk de beste man diverse kunstwerken aan het Museu de Belas Artes aldaar. Zijn vrijgevigheid gaf het museum aanleiding om een ‘Sala Conde de Carvalhido’ in te richten. Deze zaal werd in 1896 geopend door de Portugese koningin Maria Pia en bestaat nog steeds.



Ik vraag Olivier wat dit soort informatie – voor wie, door wie, van wie – in het algemeen toevoegt. Hij benadrukt dat in veel gevallen de objectwaarde stijgt dankzij zijn ontdekkingen, maar dat ook belangrijk is dat hij het verhaal achter een voorwerp of kunstwerk (meer) compleet maakt. Zo hebben zijn klanten weer wat te vertellen.


Tot slot


Zoals ik in de inleiding schrijf, doet Olivier opdrachten voor musea, veilinghuizen en kunsthandelaren, maar niet uitsluitend. Zo is hij weleens benaderd door een kennis die een bijzonder cadeau wilde geven aan zijn vriendin. Deze had namelijk Verborgen Verleden van de NTR gekeken, een programma waarin bekende Nederlanders op zoek gaan naar hun familiegeschiedenis, en was benieuwd geworden naar de verhalen van haar eigen voorouders. De kennis vroeg daarop aan Olivier of hij haar stamboom kon uitdiepen. Dat was geen probleem! De consultant ontdekte tijdens zijn zoektocht dat een van haar voorvaderen ooit op louche wijze bankroet was geraakt en naar Londen vluchtte om zo te ontsnappen aan woedende crediteuren. Niemand uit haar familie bleek dit verhaal te kennen. Olivier zegt dat hij dit soort ontdekkingen fantastisch vindt, want in elke familie – van zowel “hogere” als “lagere” afkomst – schuilt wel een spannende, interessante of bizarre gebeurtenis. Hij rakelt deze – als een ware historische detective – graag voor de mensen op.

Kan Olivier iets voor jou betekenen? Check dan de website van Artmorial voor contactgegevens!

490 keer bekeken

© 2023 by Name of Site. Proudly created with Wix.com

UVA LOGO.png
  • Facebook
  • Instagram
  • Twitter